ECLI:NL:RBROT:2018:8260
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillissementsverklaring wegens niet tijdig minnelijk traject en betalingsonmacht
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen verweerder, handelend onder een handelsnaam. De rechtbank heeft de procedure meerdere malen aangehouden om verweerder de gelegenheid te geven een minnelijk traject te starten en schuldhulpverlening te regelen. Verweerder heeft zich aangemeld bij schuldhulpverlening, maar door interne wisselingen en wachttijd op uitkering is het traject vertraagd.
Ondanks deze vertragingen heeft verweerder geen minnelijk traject opgestart en geen WSNP-verzoek ingediend binnen de gestelde termijnen. De rechtbank oordeelt dat deze vertragingen voor rekening van verweerder komen en dat verzoekster, die een loonvordering heeft, voldoende tijd heeft gehad om tot een regeling te komen.
De rechtbank constateert dat verweerder in staat van faillissement verkeert omdat hij is opgehouden te betalen en er sprake is van pluraliteit van schuldeisers met een opeisbare vordering. De rechtbank verklaart verweerder failliet, benoemt een rechter-commissaris en curator, en geeft de curator bevoegdheden voor het beheer van de failliete boedel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart verweerder failliet wegens het niet tijdig starten van een minnelijk traject en betalingsonmacht.