ECLI:NL:RBROT:2018:8263
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake boetebesluit wegens ontbreken procesbelang
Verweerder legde aan een bedrijf een boete op, waarna opposante verzocht als belanghebbende aan de bezwaarprocedure deel te nemen. Dit verzoek werd afgewezen in eerste aanleg en in bezwaar. Opposante stelde beroep in tegen het besluit van 29 maart 2018, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 29 juni 2018 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, aangezien de bezwaarprocedure was afgerond en niet meer zou worden hervat.
Opposante deed verzet tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank de bestuurlijke lus had kunnen toepassen omdat het boetebesluit een gebrek vertoonde doordat opposante niet als derdebelanghebbende was betrokken bij de voorbereiding. Tevens stelde zij dat de toelating als partij in de bezwaarprocedure van belang is voor de beoordeling van het boetebesluit.
De rechtbank oordeelde dat gezien de aard van het beroep en de aangevoerde argumenten niet met redelijke zekerheid kon worden gezegd dat de uitspraak zonder zitting correct was. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt, het onderzoek wordt voortgezet.