Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
de naamloze vennootschap ABN Amro Bank N.V.,
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
Rechtbank Rotterdam
Gedaagden zijn een doorlopende kredietovereenkomst Privé Limiet Plus aangegaan met ABN Amro, waarbij een krediet van maximaal €1.000,- is verstrekt. ABN Amro vordert betaling van €500,- vermeerderd met kredietvergoeding, wegens achterstallige betalingen.
Gedaagden betwisten de vordering en voeren verjaring aan, stellende dat de vordering al in 2013 opeisbaar was en dat zij geen herinneringen ontvingen. De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding geldig is en dat de verjaring is gestuit door meerdere schriftelijke aanmaningen, waaronder een brief van 13 augustus 2013. Gedaagden hebben de brieven ontvangen, gelet op hun inhoudelijke reacties.
De kredietvergoeding is toegestaan binnen de wettelijke kaders, maar vanaf opeising is alleen wettelijke rente verschuldigd. De rechtbank kent een hoofdsom van €500 toe, zoals door ABN Amro beperkt, en veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van dit bedrag plus wettelijke rente vanaf 8 februari 2013. De overige vorderingen worden afgewezen en gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €500 plus wettelijke rente vanaf 8 februari 2013.