ECLI:NL:RBROT:2018:832
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om vrijstelling verplichte deelneming in PFZW wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Drie ondernemingen hebben bij PFZW verzocht om vrijstelling van de verplichte deelneming in het pensioenfonds voor hun werknemers. PFZW wees deze verzoeken af omdat niet werd voldaan aan de voorwaarden uit het Vrijstellingsbesluit en het uitvoeringsreglement, en omdat de ondernemingen geen eigen pensioenregeling hadden die gelijkwaardig was aan die van PFZW.
De ondernemingen stelden dat er sprake was van bijzondere omstandigheden en voerden een beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden niet van zodanig bijzondere aard waren dat PFZW haar restrictieve beleid moest wijzigen. Het eerdere soepelere beleid van PFZW betrof andere situaties en is niet bindend voor toekomstige besluiten.
Verder was er geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen op een toezegging van PFZW, mede omdat een vrijstelling een specifiek besluit vereist en er geen schriftelijke toezegging was. Het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen omdat dit niet zou bijdragen aan de beoordeling.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om vrijstelling af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De verzoeken om vrijstelling van verplichte deelneming in PFZW worden afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet voldoen aan gelijkwaardigheidseisen.