ECLI:NL:RBROT:2018:8363
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluiten over inkomensvrijlating en bijstandsbeëindiging Participatiewet
Eiseres ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet en trad in februari 2017 in dienst bij een supermarkt. Verweerder schatte haar inkomsten uit arbeid en paste de inkomensvrijlating niet correct toe, wat leidde tot een onjuiste berekening van haar bijstandsrecht en beëindiging van de uitkering per juli 2017.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de inkomensvrijlating volgens artikel 31, tweede lid, aanhef en onder n, van de Participatiewet niet juist heeft toegepast. Verweerder hanteerde een beleid waarbij eerst werd gekeken of het inkomen boven de bijstandsnorm uitkwam en pas daarna de vrijlating werd toegepast, wat strijdig is met de wet en de bedoeling van de wetgever.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste toepassing van de inkomensvrijlating. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van inkomensvrijlating om de arbeidsinschakeling van bijstandsgerechtigden te stimuleren en bevestigt dat de rechter een marginale toetsing toepast op het beleid van het bestuursorgaan.
De rechtbank wijst erop dat het inkomen per maand mag worden beoordeeld en dat vergoedingen voor niet-genoten vakantiedagen als inkomen moeten worden meegenomen conform vaste rechtspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van de inkomensvrijlating.