ECLI:NL:RBROT:2018:8392

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 september 2018
Publicatiedatum
10 oktober 2018
Zaaknummer
C/10/556380 / JE RK 18-2563
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en benoeming bijzondere curator

De gecertificeerde instelling (GI) Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de rechtbank om een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, die bijna twee jaar niet naar school gaat. De GI wilde de minderjarige plaatsen bij School2Care, maar de financiering hiervan werd betwist vanwege een verhuizing naar een andere gemeente die deze school niet financiert.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat er geen kinderbeschermingsmaatregel is en het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe woonplaats de GI niet heeft gemachtigd het verzoek in te dienen. Daarnaast stemde de gedragswetenschapper niet in met het verzoek omdat er nog nauwelijks hulp in het vrijwillige kader was geboden.

De rechtbank benadrukte het belang van het snel hervatten van de schoolgang van de minderjarige en benoemde daarom een bijzondere curator, mr. P.E. Troost, om de belangen van de minderjarige te behartigen en verdere stagnatie te voorkomen. De bijzondere curator krijgt de opdracht om de minderjarige in en buiten rechte te vertegenwoordigen en verslag uit te brengen over zijn werkzaamheden.

Uitkomst: Verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp is niet-ontvankelijk verklaard en bijzondere curator benoemd ter behartiging van belangen minderjarige.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/556380 / JE RK 18-2563
datum uitspraak: 12 september 2018

beschikking

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2001 te [geboorteplaats minderjarige] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 7 augustus 2018, ingekomen bij de griffie op
8 augustus 2018.
- een brief van de GI van 20 augustus 2018 met bijlagen, ingekomen bij de griffie op
21 augustus 2018, waaronder een verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper drs. M.M.T. Schretlen van 20 augustus 2018, waaruit blijkt dat niet wordt ingestemd met het verzoek van de GI.
Op 12 september 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting ook apart is gesproken, bijgestaan door mr. P.E. Troost,
- de moeder,
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, te weten mw. [naam vertegenwoordigster 1] en
mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

Het verzoek en het standpunt van de GIDe GI heeft een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verzocht voor [voornaam minderjarige] voor de duur van één jaar.

De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.
[voornaam minderjarige] gaat al bijna twee jaar niet naar school. Van het Jeugdbeschermingsplein heeft de GI de opdracht gekregen om School2Care voor [voornaam minderjarige] te regelen. Dit zou worden gefinancierd door de gemeente Rotterdam. De gemeente Rotterdam wil School2Care echter niet meer financieren, omdat de moeder en [voornaam minderjarige] inmiddels (op 4 juni 2018) naar Barendrecht zijn verhuisd. Deze gemeente heeft School2Care niet ingekocht en wil School2Care niet financieren. De GI is daarover overigens nog in overleg met de (zojuist aangetreden) betrokken wethouder.

Het standpunt van belanghebbenden

Namens [voornaam minderjarige] heeft zijn advocaat ter zitting naar voren gebracht dat de GI in het verzoek niet-ontvankelijk is nu dit verzoek niet aan de vereisten van de Jeugdwet voldoet. De advocaat is desgevraagd bereid met de gemeente Barendrecht in gesprek te gaan om de financiering van het onderwijstraject van [voornaam minderjarige] bij School2Care van de grond te krijgen.
De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij zich niet heeft gerealiseerd dat een verhuizing naar de gemeente Barendrecht consequenties zou hebben voor de financiering van het onderwijstraject van [voornaam minderjarige] bij School2Care.

De beoordeling

Op grond van het bepaalde in de Jeugdwet dient een verzoek gericht op het verkrijgen van een voorwaardelijke machtiging door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft te worden ingediend indien er geen sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel. Dat betekent dat in het onderhavige geval het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht het onderhavige verzoek had moeten indienen. De GI kan een dergelijk verzoek alleen indienen als zij daartoe gemachtigd is door het college. Daarvan is niet gebleken. Dat betekent dat het verzoek niet-ontvankelijk is.
Daarbij komt, dat ook indien sprake zou zijn van een ontvankelijk verzoek, de gedragsdeskundige niet instemt met een voorwaardelijke gesloten plaatsing, omdat er in het vrijwillige kader nog nauwelijks hulp geboden is. Om die reden zou het verzoek zijn afgewezen.
Voorts overweegt de kinderrechter ten overvloede het volgende.
Niet ter discussie staat dat het in het belang van [voornaam minderjarige] is dat hij zo snel mogelijk start bij School2Care. Hij en zijn moeder willen dat ook graag. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] mede als gevolg van bedreigingen door medeleerlingen op zijn eerdere school al ongeveer twee jaren geen onderwijs volgt. Als gevolg hiervan heeft [voornaam minderjarige] een leerachterstand opgelopen en heeft hij geen dagbesteding. Dit is zeer zorgelijk.
De kinderrechter is van oordeel dat financieringsperikelen niet mogen worden afgewend op [voornaam minderjarige] en zijn moeder. Om te waarborgen dat in het belang van [voornaam minderjarige] voortvarend de noodzakelijke stappen (in danwel buiten rechte) worden genomen en om verdere stagnatie van de schoolgang te voorkomen, zal de kinderrechter de advocaat van [voornaam minderjarige] ,
mr P.E. Troost, als bijzondere curator benoemen. Mr. Troost heeft zich desgevraagd bereid verklaard de benoeming te aanvaarden. De GI en de moeder hebben ter zitting verklaard akkoord te zijn met benoeming van mr. P.E. Troost als bijzondere curator.
De kinderrechter zal een bijzondere curator benoemen met als opdracht:
- [voornaam minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
- al het nodige te doen wat overigens in het belang van [voornaam minderjarige] is.
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator om haar uiterlijk 1 januari 2019 een schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden te doen toekomen of eerder als [voornaam minderjarige] eerder bij School2Care is begonnen. De benoeming tot bijzondere curator geldt totdat duidelijk is dat de schoolgang van [voornaam minderjarige] is gewaarborgd.

De beslissing

De kinderrechter:
verklaart de GI niet-ontvankelijk in het verzoek strekkende tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [voornaam minderjarige] .
benoemt tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] te vertegenwoordigen:
mr. P.E. Troost,
kantoorhoudende te 2991 MV Barendrecht aan de Rietgors 132.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2018 door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.