ECLI:NL:RBROT:2018:853
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van poging tot gewapende diefstal met geweld
Op 2 februari 2018 heeft de rechtbank Rotterdam in een meervoudige strafkamer uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot diefstal met geweld. De tenlastelegging betrof het tonen van een vuurwapenachtig voorwerp en het richten daarvan op een slachtoffer, met het oogmerk om een diefstal te plegen.
Tijdens de terechtzitting van 19 januari 2018 werden de feiten en het bewijs besproken. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank volgde dit standpunt zonder nadere motivering.
De rechtbank verklaarde dat het niet bewezen was dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan en sprak hem vrij. De tenlastelegging betrof een poging tot diefstal met geweld waarbij een wit gouden ketting en/of kruis was betrokken, maar de uitvoering van het voornemen was niet voltooid. De uitspraak werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van W.H.J. Stemker Köster.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging tot diefstal met geweld.