ECLI:NL:RBROT:2018:8805
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering verzorgingstehuis op basis van taxatiewijzer en levensduurinstallaties
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen de WOZ-waardering van een verzorgingstehuis in Schiedam voor het belastingjaar 2017. Verweerder had de waarde vastgesteld op €4.067.000,-, terwijl eiseres stelde dat deze te hoog was en €3.599.000,- zou moeten bedragen. Tevens was discussie over het toepasselijke aanslagtarief, maar eiseres trok haar standpunt voor het woningtarief in.
Beide partijen baseerden hun waardering op de taxatiewijzer Verzorging en waren het eens over de methode en veel waarderingsaspecten, behalve over de technische correctie van de installaties en de economische veroudering. Verweerder had een levensduurverlenging van vijf jaar toegepast, terwijl eiseres vasthield aan de oorspronkelijke levensduur van 15 jaar, wat inmiddels verstreken was. De rechtbank hechtte meer waarde aan het feit dat de installaties goed onderhouden zijn en nog voldoen aan de wensen van de gebruiker, waardoor verlenging gerechtvaardigd is.
Verder was het percentage economische veroudering in geschil: verweerder hield 10% aan, eiseres 15%. De rechtbank vond de bezettingsgraad een goede maatstaf en concludeerde dat het lagere percentage aannemelijk was. Omdat overige waarderingsaspecten niet waren bestreden, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde waarde.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van het verzorgingstehuis wordt ongegrond verklaard.