ECLI:NL:RBROT:2018:882
Rechtbank Rotterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot schadevergoeding wegens plichtsverzuim door ontslagen ambtenaar
Eiser, voormalig ambtenaar van bijna 40 jaar bij de gemeente, werd ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim, waaronder verduistering van geld en privéwerkzaamheden tijdens werktijd. De gemeente stelde eiser aansprakelijk voor schadevergoeding op grond van artikel 15:1:12 CAR Pro-UWO.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is het beroep te behandelen, ondanks dat eiser ten tijde van het primaire besluit al was ontslagen. De schadevergoeding is gebaseerd op contante bedragen die eiser volgens handgeschreven kwitanties heeft ontvangen maar niet aan de gemeente heeft afgedragen. Eiser erkent plichtsverzuim maar betwist de hoogte van de schade en stelt dat de administratie onbetrouwbaar is.
De rechtbank stelt vast dat de contante betalingen niet in de financiële administratie terug te vinden zijn en dat eiser geen betalingsbewijzen kan overleggen. Ook het onderzoek van Hoffmann en verklaringen van getuigen ondersteunen de conclusie dat eiser geld heeft verduisterd. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betwisting van de schade en bevestigt de vordering van € 99.232,10.
De rechtbank wijst erop dat een deel van de schade reeds strafrechtelijk is toegewezen, maar dat de bedragen slechts eenmaal kunnen worden geëxecuteerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de verplichting van de ontslagen ambtenaar tot vergoeding van € 99.232,10 aan de gemeente wegens plichtsverzuim.