In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan over het beroep van eiseres tegen twee bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtreding van hygiënevoorschriften in verband met muizenoverlast in een restaurant.
De eerste inspectie vond plaats op 7 juli 2017, waarbij ernstige verontreiniging met muizenuitwerpselen en dode muizen werd geconstateerd, evenals het ontbreken van adequate ongediertebestrijding. De tweede inspectie op 31 juli 2017 toonde aan dat de situatie onvoldoende was verbeterd, met aanvullende gebreken aan de constructie van de ruimtes waardoor muizen gemakkelijk binnen konden komen.
De rechtbank oordeelt dat de vennootschap ten tijde van de overtredingen als overtreder moet worden aangemerkt, ondanks dat de onderneming later als eenmanszaak werd voortgezet. Eiseres, als voormalig vennoot, is hoofdelijk aansprakelijk. De rechtbank vindt dat voldoende tijd is gegund om de gebreken te verhelpen, maar dat eiseres ervoor koos de zaak open te houden zonder adequate maatregelen te treffen, wat leidde tot de tweede reeks boetes.
Hoewel eiseres financiële moeilijkheden aanvoert, leidt dit niet tot matiging van de boetes, behalve een beperkte vermindering van € 525,- wegens samenloop van overtredingen. De totale boetes worden vastgesteld op € 4.200,-. De rechtbank bepaalt tevens dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.