ECLI:NL:RBROT:2018:8852
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.J.J. Wetzels
- P.C. Santema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens onvoldoende gegronde vooringenomenheid
In deze strafrechtelijke procedure heeft verzoeker, vertegenwoordigd door zijn advocaat, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die betrokken is bij zijn strafzaak. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter-commissaris bij het nemen van beslissingen over onderzoekswensen en de omgang met onderzoeksdata.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de rechter-commissaris binnen haar bevoegdheid handelde door tussentijdse beslissingen te nemen over onderzoekswensen in een voortdurend proces. Er is geen sprake van schending van het beginsel van hoor en wederhoor, aangezien verzoeker voldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren op stukken en beslissingen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de motivering van de rechter-commissaris niet wijst op vooringenomenheid, ook niet waar zij inhoudelijk oordeelde over het belang van onderzoeksverzoeken of juridische punten zoals de toepassing van jurisprudentie en het delen van data met derde onderzoeksteams. De vermeende onwettigheid van het delen van data kon niet leiden tot een gegronde vrees voor partijdigheid.
De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wees het af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.