Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 oktober 2017, met producties;
- de conclusie van antwoord van 29 november 2017, met producties;
- het tussenvonnis (in de vorm van een brief) van 31 januari 2018, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- de brief van 5 april 2018 van [eiser] , waarbij producties zijn overgelegd;
- de akte overlegging producties van het Hoogheemraadschap;
- het proces-verbaal van comparitie van 20 april 2018 en de bij die gelegenheid overgelegde pleitaantekeningen van [eiser] en het Hoogheemraadschap.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)