Op 24 juni 2017 rond 4:00 uur ontving de verdachte een Snapchatbericht van een medeverdachte met de oproep om mee te gaan inbreken. Kort daarna werd een poging tot woninginbraak gemeld bij de politie in Spijkenisse. De politie zag drie jongens rennen en hield de verdachte en twee medeverdachten binnen enkele minuten aan in de nabijheid van de woning.
Ter plaatse werden handschoenen met DNA van een medeverdachte en gereedschap, waaronder schroevendraaiers en een breekijzer, gevonden waarvan één schroevendraaier vermoedelijk werd gebruikt bij de inbraakpoging. De verdachte ontkende betrokkenheid en stelde dat hij buiten een sigaret rookte, maar zijn verklaring werd niet aannemelijk geacht vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van een geloofwaardig alternatief scenario.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde de verdachte tot 105 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de samenleving, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een stabiele thuissituatie en werk via een uitzendbureau.