ECLI:NL:RBROT:2018:925
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. van de Grampel
- S. Riege
- A. Greeve-Kortrijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte inbraak woning te Rotterdam wegens onvoldoende bewijs
Op 24 maart 2016 vond een inbraak plaats in een woning te Rotterdam waarbij diverse goederen werden ontvreemd. De verdachte werd ervan verdacht hierbij betrokken te zijn geweest. Tijdens het onderzoek werden onder meer een lippenbalsem met DNA-sporen van de verdachte, een sleutelbos en een mobiele telefoon aangetroffen in de woning.
De verdachte ontkende aanwezig te zijn geweest en verklaarde dat de lippenbalsem waarschijnlijk uit een jaszak kwam die eerder was verdwenen. Verder bleek uit politieonderzoek dat de sleutels niet pasten op zijn woning en dat de auto die in de buurt van de woning werd aangetroffen ook door zijn broer werd gebruikt.
De rechtbank achtte het scenario van de verdachte niet volstrekt onaannemelijk en vond dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om met zekerheid vast te stellen dat de verdachte betrokken was bij de inbraak. Daarom werd hij vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de inbraak.