Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], te [Plaats], verzoeker,
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 24 wordt Pro om twee redenen aangepast. Ten eerste om duidelijkheid te scheppen welk artikel van toepassing is als er sprake is van gehuwden waarvan een echtgenoot
In artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de WWB(nu Pw, toevoeging voorzieningenrechter)
is bepaald, voor zover van belang, dat in deze wet als gehuwd mede wordt aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert. Onder verwijzing naar wat is overwogen in 4.5 kan appellante, omdat zij ten tijde in geding met appellant is gehuwd, slechts als ongehuwd worden aangemerkt indien zij duurzaam gescheiden leeft van appellant. Indien appellante niet duurzaam gescheiden leeft van appellant, kan zij op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, van de WWB niet op grond van haar gezamenlijke huishouding met een derde worden aangemerkt als tevens gehuwd met die derde. Het enkele feit dat appellante een gezamenlijke huishouding voert met een derde betekent niet dat zij reeds daarom duurzaam gescheiden leeft van appellant.”