Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
“indien het verkochte perceel grenst of zal grenzen aan”waarvan [gedaagden] c.s. menen dat die in het bijzonder is bedoeld voor hun perceel. [gedaagden] c.s. voelen zich in die visie gesterkt doordat artikel 6 ook Pro is opgenomen in de door hen overgelegde leveringsakte die betrekking heeft op een perceel dat niet aan het water ligt.
indien"- met andere woorden: in het geval dat - en de bij de leveringsakte gevoegde situatietekening waarop de strook grond grenzend aan het aan [gedaagden] c.s. verkochte perceel is weergegeven als een van dat perceel gescheiden strook, terwijl de daarbij gebruikte belijning in de legenda is omschreven als kavelgrens. Anders dan [gedaagden] c.s. menen, kan niet worden aangenomen dat deze lijn ziet op het gedeelte van het perceel dat bebouwd mag worden. Een dergelijke aanname is in strijd met de in de legenda gegeven omschrijving. Onder al deze omstandigheden mochten [gedaagden] c.s. niet vertrouwen op de volgens hen door de projectontwikkelaar gedane mededeling van die strekking omdat deze - indien gedaan - onmiskenbaar op een vergissing moet duiden.
1.808,00(4,0 punten × tarief € 452,00)
5.De beslissing
[3085/2066/2504]