De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor verhuizing met haar minderjarige kinderen naar een woning binnen 15 kilometer van het trainingscomplex van Ajax in Amsterdam. De man, de vader, voerde gemotiveerd verweer en stelde onder meer voorwaarden voor het contact met de kinderen.
De rechtbank stelde vast dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarigen en dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben. De noodzaak van de verhuizing werd betwist; de rechtbank vond dat het praktisch mogelijk was om vanuit de huidige woonplaats naar het trainingscomplex te reizen en dat de verhuizing niet noodzakelijk was, mede omdat de voetbalcarrière van het kind onzeker is.
Verder was onvoldoende gebleken dat de verhuizing in het belang van de kinderen was, mede omdat het contact met de vader onvoldoende gewaarborgd werd en er geen concrete zorgregeling was getroffen. De raad voor de kinderbescherming noemde de opvoedingssituatie instabiel en benadrukte het belang van communicatie tussen ouders.
Gezien deze omstandigheden weegt de rechtbank alle belangen af en besluit het verzoek tot vervangende toestemming tot verhuizing af te wijzen. De proceskosten worden door beide partijen zelf gedragen.