ECLI:NL:RBROT:2018:9980
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen op besluit terugbetaling lening inburgering
Eiser had een lening ontvangen voor het volgen van een inburgeringscursus en het afleggen van het inburgeringsexamen. Na aanvankelijke berichtgeving dat hij niet tijdig aan de inburgeringsplicht had voldaan, en een boete opgelegd te hebben gekregen, werd eiser later geïnformeerd dat hij de lening toch moest terugbetalen omdat hij niet binnen de gestelde termijn was ingeburgerd.
Eiser verzocht om herziening van dit besluit en stelde dat het besluit in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Hij voerde aan dat hij psychische schade had opgelopen door het besluit, wat volgens hem een belangrijke verandering was die kwijtschelding van de lening rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen bezwaar had gemaakt tegen eerdere besluiten, waardoor deze onherroepelijk waren. De psychische klachten van eiser werden niet als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro beschouwd, mede omdat deze niet met medische informatie waren onderbouwd en pas na het besluit waren ontstaan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat eiser de lening moet terugbetalen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugbetaling van de lening blijft in stand.