ECLI:NL:RBROT:2018:999
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vrijstellingsbesluit pensioenfonds wegens overschrijding termijn
Eiseres, een werkneemster, maakte bezwaar tegen een vrijstellingsbesluit van Stichting Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) dat haar werkgever, [onderneming], vrijstelde van verplichte deelneming in het pensioenfonds voor de periode 2007-2017. De rechtbank oordeelde dat eiseres belanghebbende was bij het besluit, omdat het haar pensioenaanspraken rechtstreeks raakte.
Het bezwaar van eiseres werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat zij het bezwaar niet binnen de wettelijke termijn van zes weken had ingediend. De termijn begon te lopen op 31 december 2015, de dag na toezending van het besluit aan de werkgever. Eiseres stelde dat zij pas later van het besluit op de hoogte was geraakt en binnen twee weken daarna bezwaar had gemaakt, maar de rechtbank volgde deze redenering niet.
De rechtbank stelde vast dat eiseres op 31 augustus 2016 door haar werkgever geïnformeerd was over het besluit en dat zij binnen twee weken daarna bezwaar had kunnen maken. Het feit dat zij pas in april 2017 kennis nam van de precieze inhoud van het besluit en dat zij niet was gewezen op de bezwaarprocedure, maakte de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres tegen het vrijstellingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.