Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Kern van dit vonnis
Leeswijzer
Hoofdstuk 1: Tenlastelegging
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat feit/die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit;
- een container met bananen (met daarin ook een aantal dozen met cocaïne) vanuit Colombia ingevoerd, en/of zorggedragen dat de container met nummer [containernummer] met een hoeveelheid cocaïne aan hem en/of aan zijn mededaders zou worden afgeleverd;
- een of meer betalingen gedaan en/of ontvangen ten behoeve van het importeren en/of het vervoeren van een hoeveelheid cocaïne en/of de vracht waarin de cocaïne was verborgen;
- één of meer telefoongesprekken gevoerd en/of e-mailberichten verstuurd en/of ontvangen met betrekking tot het importeren en/of het vervoeren van de container met nummer [containernummer] met een hoeveelheid cocaïne en/of de vracht waarin die cocaïne was verborgen en/of
- afspraken met zijn mededader(s) gemaakt over het lossen van voornoemde container;
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat feit/die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit;
- een container met bananen (met daarin ook een aantal dozen met cocaïne) vanuit Colombia ingevoerd, en/of zorggedragen dat de container met nummer [containernummer] met een hoeveelheid cocaïne aan hem en/of aan zijn mededaders zou worden afgeleverd, en/of
- één of meer telefoongesprekken gevoerd met betrekking tot het importeren en/of het vervoeren van de container met nummer [containernummer] met een hoeveelheid cocaïne en/of de vracht waarin die cocaïne was verborgen, en/of;
- afspraken met zijn mededader(s) gemaakt over het lossen van voornoemde container.
Hoofdstuk 3: Bewijs
‘Als zegel afwijkt meld me dan.’[medeverdachte 2] appt kort daarna een foto van een zegel terug.
‘Ze rijden achter jot aan dus niemand ophalen.’Als [medeverdachte 2] dan vlak bij zijn bestemming in [vestigingsplaats] is rijdt hij een rotonde zonder aanwijsbare reden twee keer rond. Bij het eerste contact met [medeverdachte 1] op de plaats van bestemming ontstaat onenigheid over de (achter)volgende auto’s. [medeverdachte 2] zegt:
‘Ik weet niet waar jij mee bezig bent maar....’, waarop [medeverdachte 1] antwoordt: ‘
Ik kan der ook niks aan doen!’[medeverdachte 2] antwoordt weer en zegt: ‘
Er rijden twee auto’s achter mij...ja zegt tie …. maar in ene zitten der goeie ….. ik heb toen twee rondjes gedaan... toen zitten ze nog met tweeën. ...nou ja... ik bedoel maar’
‘Oh....hij moet open . ..Oh nee hij is al open.’
‘Hoor net van den baas dat ze den bakwagen pakken.’
‘He!’
‘Zal ik het maar overrijden of effe wachten totdat ‘ze’ er zijn en
‘Nee, want ‘ze’ komen niet ....hij moest alles moest in het pand terugzetten
‘Nee maar wat praten we dan’
‘Hey hallo.’
‘Die zijn niet open geweest.’
‘Denk t ook niet’
‘Maar wel effe goed tellen nou hel…. wel ff Goed tellen nou he.’
‘jaja’
‘Goed tellen he...snapt te!’
‘Ja’
‘We hebben de laatste zes weet je nog... twee keer links’
‘En dan links of rechts....’
‘En dan vier (4) links’
‘Die zijn niet open geweest Een doos is open geweest van achter’
‘Dat kan ... .dat kan… dat kan maar let op he.de laatste zes in die bakwagen zo meteen he.’
‘Links of rechts…..links of rechts!’
‘Ja..ja...’
‘Ja, links of rechts…. en van links naar je toe snapt te? En als het niet gaat dan pakt te alle...alle twaalf he.’
‘Jaja.’
- Wat betreft de tussenstop is van belang dat omrijden voor een tussenstop in [vestigingsplaats] niet logisch is indien - zoals door onder meer de verdachte wordt verklaard - sprake was van een defect aan de remmen van de vrachtwagencombinatie, dat de verdachte en de [medeverdachte 1] hebben geprobeerd te verhullen dat deze tussenstop heeft plaatsgevonden en dat de container zonder reden en in strijd met de douaneregels bij het bedrijf van de verdachte is geopend.
- De verklaring van de verdachte dat hij de container niet heeft gelost, is in tegenspraak met de bevinding van de politie dat de lading van de container meermalen bewoog terwijl de container stil tegen het laad- en losdock stond. Opvallend is dat de verdachte de container heeft geopend maar kennelijk niets heeft gezien, althans geen melding heeft gemaakt, van de rommel die de firma voor wie de container bestemd is later die dag constateert.
- Relevant is ook dat de chauffeur die de container heeft opgehaald in Antwerpen niet in dienst was bij het bedrijf van de verdachte en niet reed in een vrachtwagencombinatie van dat bedrijf, zodat de verdachte en zijn bedrijf niets met dit transport, en zeker niet met de inhoud van de container, van doen hadden.
- De remmentest is een verzonnen verhaal om de daadwerkelijke reden van de tussenstop te verhullen.
- De verdachte en zijn bedrijf zijn slechts door toeval, namelijk in verband met disfunctionerende remmen, in beeld gekomen bij dit transport. De chauffeur van de vrachtwagencombinatie is naar het bedrijf van de verdachte gegaan om de remmen te laten controleren en de remstoring in verband met een mogelijke claim vanwege vertraging of schade als overmachtssituatie te laten vastleggen. Dit wordt ondersteund door de beschikbare bewijsmiddelen.
- Anders dan de officier van justitie betoogt, is in deze zaak geen sprake van een gelijke werkwijze en gelijke betrokkenen als in de 3.500 kilogram-zaak. Er zijn opvallende verschillen tussen beide zaken en zij moeten daarom individueel worden beoordeeld. Bovendien is schakelbewijs in strijd met de wet en het recht.
- Evenmin is sprake van de door de officier van justitie vermeende vreemdheden in deze zaak. De officier van justitie construeert aan de hand daarvan wetenschap en opzet, maar dat de verdachte opzet had op de invoer van cocaïne kan niet worden bewezen. Het dossier bevat geen verklaringen waaruit blijkt van wetenschap van de verdachte van de in beslag genomen cocaïne en er is geen forensisch bewijs dat de verdachte aanwezig is geweest bij het uitpakken van verpakkingen of het hanteren van verdovende middelen. Verder duidt de uiterlijke verschijningsvorm van de aan verdachte toe te schrijven gang van zaken niet op enig handelen van de verdachte dat niet anders kan worden begrepen dan gericht op invoer of verder vervoer van verdovende middelen. Ook duidt die uiterlijke verschijningsvorm niet op enigerlei bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en anderen met betrekking tot de ten laste gelegde feiten, of op een wezenlijke bijdrage daaraan door de verdachte.
- Bewijs dat in België daadwerkelijk een hoeveelheid cocaïne is teruggeplaatst in de container ontbreekt, evenals bewijs dat deze cocaïne in Nederland op 3 januari 2018 bij de firma in [vestigingsplaats 2] is aangetroffen. De speurhonden van de Nederlandse douane zijn niet aangeslagen bij de lading. In de door de officier van justitie ter zitting overgelegde aanvullende stukken met betrekking tot het monster ontbreekt veel informatie zodat geen sprake is van de noodzakelijke ‘chain of custody and evidence’. Bovendien roepen die stukken vragen op over de gang van zaken, de hoeveelheid en samenstelling van de inhoud van het potje, et cetera.
- Anders dan de officier van justitie, acht de rechtbank het niet uitgesloten dat de chauffeur in verband met een probleem aan de remmen van de vrachtwagencombinatie van zijn route is afgeweken en naar de garage in het bedrijf van de verdachte is gegaan, en dat vervolgens door medewerkers van de verdachte werkzaamheden aan de remmen zijn verricht. Dit gezien onder andere de verklaringen van de chauffeur en door hem gevoerde telefoongesprekken, en de verklaringen en telefoongesprekken van de verdachte en de medewerkers van de garage. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de chauffeur blijkens de stukken al jaren een zakelijke relatie onderhield met de verdachte en dat vaststaat dat het remprobleem niet zodanig was dat voor reparatie direct naar de dichtstbijzijnde garage moest worden gegaan. Daarnaast bevat het dossier geen aanwijzingen dat de verdachte al vóór 2 januari 2018 van de komst van de container op de hoogte was, laat staan daar op enigerlei wijze de hand in heeft gehad. Dat de remmenkwestie een voorwendsel is om de werkelijke reden voor de tussenstop in [vestigingsplaats] (te weten het lossen van de cocaïne) te verhullen, staat voor de rechtbank dus niet vast.
- Verder volgt de rechtbank de officier van justitie niet in zijn conclusie dat tijdens de tussenstop bij het bedrijf van de verdachte de container is gelost (of dat dit is geprobeerd), of dat de lading is doorzocht. Dit is niet waargenomen door observanten en volgt ook niet uit de verklaringen of tapgesprekken in deze zaak, maar wordt door de officier van justitie enkel geconcludeerd op grond van de met technische hulpmiddelen waargenomen bewegingen van de lading. Dat vindt de rechtbank onvoldoende basis voor een dergelijke vergaande conclusie. En belangrijker nog is dat, indien al sprake zou zijn geweest van het lossen van de container, althans een poging daartoe, er geen enkel bewijs is dat de verdachte daarbij betrokken of zelfs maar aanwezig was. Die conclusie kan immers niet worden verbonden aan de verklaring van de verdachte dat hij de container heeft geopend (en alleen de achterste pallets, die volgens de verdachte door de remmentest achterover waren geheld, met de hand heeft teruggeduwd), en andere bewijsmiddelen waaruit dit wel zou kunnen volgen zijn niet voorhanden. In dit verband overweegt de rechtbank nog dat zij de officier van justitie ook niet volgt in zijn standpunt dat de verdachte bij het openen van de container heeft moeten zien dat het een rommel was in de container en dat het opvallend is dat de verdachte daarover niets verklaart of meedeelt aan de douane. Uit de verklaring van de medewerker van de firma voor wie de container bestemd was, blijkt immers dat er eerst volle pallets tot aan het plafond stonden en dat hij pas nadat hij een aantal pallets had gelost, zag dat er pallets waren met lege en halfvolle dozen. Dat de verdachte bij het openen van de container niets bijzonders heeft gezien aan de lading, zoals hij ter zitting heeft verklaard, is dus mogelijk.
Hoofdstuk 4: Bewijsmiddelen
Hoofdstuk 6: Motivering van de straf
zespallets.
Hoofdstuk 7: Beslissingen ten aanzien van het beslag en de voorlopige hechtenis
Hoofdstuk 8: Beslissingen in het kort en ondertekening
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaar;
- verklaart verbeurd, als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2, de onder 5 en 6 genoemde voorwerpen:
- verklaart onttrokken aan het verkeerde onder 7 genoemde voorwerpen:
- gelast de teruggave aan verdachtevan de onder 1, 2, 3 en 4 genoemde voorwerpen;