ECLI:NL:RBROT:2019:10194
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering huisvestingsvergunning op grond van negatieve woonverklaring
Verzoeker heeft een huisvestingsvergunning aangevraagd voor een adres in Schiedam, maar deze is geweigerd op grond van een negatieve woonverklaring die is afgegeven vanwege een veroordeling voor een opiumdelict en andere strafbare feiten. De burgemeester heeft op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) en de gemeentelijke verordening geoordeeld dat het huisvesten van verzoeker zal leiden tot een toename van overlast en criminaliteit.
Verzoeker betoogt dat de negatieve woonverklaring onterecht is en beroept zich subsidiair op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro, omdat hij samenwoont met zijn partner en hun kind. De rechtbank overweegt dat verweerder de hardheidsclausule heeft onderzocht maar terecht heeft afgewezen, mede vanwege het tijdstip van de aanvraag en het voorkomen van ontwijkingsgedrag.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit naar verwachting stand zal houden in bezwaar en dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de huisvestingsvergunning wordt afgewezen.