Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
Uitgangspunten bij de verdere beoordeling
Poging doodslag?
Noodweer of noodweer-exces?
5.Strafbaarheid feiten
1.Poging doodslag;
2.Poging doodslag.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering(en) benadeelde partij(en)/ schadevergoedingsmaatregel(en)
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar,
€ 11.294,73 (zegge: elfduizend tweehonderdvierennegentig euro en drieënzeventig cent), bestaande uit € 1.294,73 aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 11.150,- (zegge: elfduizend honderdvijftig euro), bestaande uit € 1.150,- aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen
€ 11.294,73(hoofdsom,
zegge: elfduizend tweehonderdvierennegentig euro en drieënzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 11.294,73 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
91 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge:tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.000,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
30 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen
€ 11.150,-(hoofdsom,
zegge: elfduizend honderdvijftig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 11.150,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
90 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;