De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 3 kilogram heroïne en het witwassen van geldbedragen van in totaal €22.225. De feiten vonden plaats op 26 november 2018, waarbij heroïne werd aangetroffen in de auto van verdachte en geldbedragen in zowel de auto als zijn woning.
De rechtbank achtte het medeplegen van het bezit van de heroïne in de auto wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van de bekennende verklaring van verdachte. Het bezit van bijna 21 kilogram heroïne in een appartement kon echter niet bewezen worden, omdat onvoldoende bewijs bestond dat dit appartement in de machtssfeer van verdachte lag. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van dat deel van de tenlastelegging.
Met betrekking tot het witwassen concludeerde de rechtbank dat de geldbedragen verborgen waren en vermoedelijk afkomstig uit enig misdrijf. De verklaringen van verdachte over de herkomst van het geld waren onvoldoende concreet en verifieerbaar. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, en verklaarde de auto en geldbedragen verbeurd.
De straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van harddrugs en witwassen, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank wees de eis van de officier van justitie van 4 jaar gevangenisstraf af vanwege minder bewezenverklaring. De auto stond op naam van de echtgenote, maar werd door verdachte gekocht en gebruikt, wat verbeurdverklaring rechtvaardigde.