Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
ter terechtzitting vertegenwoordigd door dhr. [naam gemachtigde] , die blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel gemachtigd is om de vennootschap in dezen te vertegenwoordigen,
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte rechtspersoon tot een geldboete van € 10.000,-, waarvan € 5.000 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
4.Waardering van het bewijs
allemaatregelen genomen die redelijkerwijs van haar konden worden gevergd om verontreiniging van de bodem te voorkomen. Dat de verdachte rechtspersoon, zoals ter terechtzitting namens de verdachte rechtspersoon naar voren is gebracht, voor het plaatsen van deze kantplanken in de tenlastegelegde periode geen budget had, leidt niet tot een ander oordeel omdat dit de verdachte rechtspersoon er niet van had hoeven weerhouden dit budget al op een eerder tijdstip bij de gemeente aan te vragen. De verdachte rechtspersoon heeft, hoewel zij vanaf 18 oktober 2017 op de hoogte was van de in de richtlijn aanbevolen maatregel, pas na de tweede controle op 21 november 2018 voor het plaatsen van de kantplanken een offerte aangevraagd en de gemeente verzocht om budget.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte rechtspersoon
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c en 23 van het Wetboek van Strafrecht;
- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.
9.Bijlagen
10.Beslissing
een geldboete van € 10.000,- (tienduizend euro),
2 jaar, zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Tekst gewijzigde tenlastelegging