De rechtbank Rotterdam heeft de echtscheiding uitgesproken tussen partijen die gehuwd waren te Hellevoetsluis. Partijen waren het eens over duurzame ontwrichting van het huwelijk. De vrouw verzocht een kinderbijdrage voor het destijds minderjarige kind, dat tijdens de procedure jongmeerderjarig werd. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen volmacht was om namens het kind een bijdrage te vragen.
Verder behandelde de rechtbank de verdeling van de verkoopopbrengst van de voormalige echtelijke woning. Partijen hadden huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding dat niet was uitgevoerd. De woning was gezamenlijk eigendom en de overwaarde moest in beginsel gelijk worden verdeeld, tenzij privé-investeringen waren gedaan. De vrouw had een vergoedingsrecht van €103.187,25 vastgesteld wegens investeringen uit privévermogen, waaronder een lening van haar vader.
De vrouw had reeds meer ontvangen uit de verkoopopbrengst dan haar aandeel, waardoor zij aan de man €44.614,23 moest terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 december 2018. Een verzoek van de vrouw om een bedrag van de man te ontvangen ter aflossing van een lening van haar vader werd afgewezen wegens ontbreken van een rechtsgrond. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.