ECLI:NL:RBROT:2019:10512
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen in auto op naam eiser
Eiser heeft een bijstandsaanvraag ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen vanwege het bezit van een auto met een waarde boven de vrij te laten vermogensgrens.
De auto stond op de peildatum op naam van eiser, wat volgens vaste rechtspraak de veronderstelling rechtvaardigt dat de auto tot zijn vermogen behoort. Eiser voerde aan dat de auto eigendom was van een derde en dat de waarde lager was dan vastgesteld, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De rechtbank oordeelde dat eiser beschikte over de auto, onder meer omdat hij ermee mocht rijden en de kosten voor wegenbelasting en verzekering betaalde. De waarde van de auto werd vastgesteld aan de hand van de ANWB-BOVAG koerslijst, wat als een redelijke waardebepaling werd gezien.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de auto tot het vermogen van eiser wordt gerekend.