ECLI:NL:RBROT:2019:10688
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen informatie- en sollicitatieverplichting
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 1 november 2019 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares uitgesproken. Deze beslissing volgt op eerdere procedures, waaronder een vernietiging van een eerdere beëindiging door het Gerechtshof Den Haag en een tweede voordracht tot beëindiging door de bewindvoerder.
De bewindvoerder stelde dat schuldenares niet voldeed aan haar informatieverplichting en sollicitatieverplichting, en bovendien geen beschermingsbewind had aangevraagd ondanks herhaalde verzoeken en waarschuwingen. Schuldenares had slechts gedeeltelijk stukken aangeleverd, ontbraken bankafschriften van de kredietbank en loonstroken, en leverde onvoldoende sollicitatiebewijzen aan. Tevens was zij ontslagen tijdens haar proeftijd en had zij loon ontvangen op haar leefgeldrekening.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen, ondanks meerdere kansen en waarschuwingen. Haar houding werd niet als saneringsgezind beschouwd. Gezien deze omstandigheden werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld, waarbij werd opgemerkt dat er geen baten beschikbaar zijn voor voldoening van vorderingen en dat geen faillissement van rechtswege zal ontstaan na kracht van gewijsde.
De uitspraak werd gewezen door rechter J.C.A.M. Los en griffier R.S.S. Huizinga, en is openbaar uitgesproken op 1 november 2019.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens aanhoudende tekortkomingen in informatie- en sollicitatieverplichtingen.