Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Oplegging van het huisverbod
2.Verlenging van het huisverbod
Kortsluiten
Spoedeisend belang
Beoordeling gronden
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker was door de burgemeester van Rotterdam een huisverbod opgelegd wegens een ernstig geweldsincident in de woning van de moeder. Het oorspronkelijke huisverbod liep van 2 tot 12 december 2019 en werd vervolgens verlengd tot 30 december 2019. Verzoeker stelde beroep in tegen beide besluiten en verzocht om voorlopige voorzieningen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het oorspronkelijke huisverbod niet-ontvankelijk was omdat het huisverbod inmiddels was geëindigd en verzoeker onvoldoende belang had bij het beroep. Het verzoek om voorlopige voorziening tegen dit huisverbod werd afgewezen.
Ten aanzien van de verlenging van het huisverbod stelde de rechtbank vast dat het gevaar voor de veiligheid van de moeder en andere bewoners nog steeds aanwezig was. Er waren geen feiten of omstandigheden die het opheffen van het huisverbod rechtvaardigden, mede omdat hulpverlening nog niet was gestart en veiligheidsafspraken ontbraken. Het beroep tegen de verlenging werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Beroep tegen opgelegd huisverbod niet-ontvankelijk; beroep tegen verlenging huisverbod ongegrond; verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.