ECLI:NL:RBROT:2019:10704
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod wegens vermoedelijk huiselijk geweld
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het huisverbod dat op 8 augustus 2019 door de burgemeester van Rotterdam is opgelegd wegens een vermoeden van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van medebewoners in de woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het huisverbod terecht is opgelegd, omdat verzoeker als agressor wordt aangemerkt en vaststaat dat hij de achterblijfster heeft geslagen. Verzoeker ontkent dit niet. Er is geen bewijs dat verzoeker vanwege psychiatrische klachten op het gebruik van de woning is aangewezen. De achterblijvers hebben rust nodig om te herstellen van het incident.
De burgemeester heeft rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden van verzoeker via het Risico-taxaties instrument Huiselijk Geweld. Er is geen sprake van schending van zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel. Omdat er nog geen hulpverlening of veiligheidsafspraken zijn getroffen, is het gevaar niet verdwenen. Daarom is het beroep ongegrond en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.