ECLI:NL:RBROT:2019:10775
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Inbeslagname van gevaarlijke honden niet onrechtmatig en proportioneel
Op 1 augustus 2019 zijn twee Staffords in Rotterdam in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro vanwege verdenking van het niet voldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van gevaarlijke dieren en het overtreden van een muilkorfgebod. De inbeslagname vond plaats nadat was vastgesteld dat de honden zonder muilkorf werden uitgelaten, terwijl een onherroepelijk muilkorf- en aanlijngebod van kracht was.
De klager stelde dat het beslag onrechtmatig was omdat het niet in een heterdaadsituatie was gelegd en dat het disproportioneel en onnodig was gezien de emotionele waarde van de honden. De officier van justitie stelde dat het beslag rechtmatig was omdat het muilkorfgebod op het moment van inbeslagname werd overtreden en dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de rechter later onttrekking aan het verkeer zou bevelen.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek in raadkamer summier is, maar dat uit het dossier blijkt dat het muilkorfgebod onherroepelijk is en dat de honden zonder muilkorf werden uitgelaten. De inbeslagname was daarmee niet onrechtmatig. De proportionaliteit en subsidiariteit zijn gewaarborgd gezien het gevaar dat de honden vormen voor kinderen en andere dieren, bevestigd door een risicoanalyse. Het belang van strafvordering weegt zwaarder dan het belang van klager bij teruggave.
De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en handhaafde het beslag op de honden.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de honden wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.