ECLI:NL:RBROT:2019:10850
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tijdelijk huisverbod afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker, een zelfstandige in de bouw, kreeg een tijdelijk huisverbod opgelegd door de burgemeester van Rotterdam vanwege een vermoedelijk ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de bewoners van de woning van zijn partner, de achterblijfster.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit huisverbod en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, omdat zijn werkspullen nog in de woning lagen en hij deze dringend nodig had voor zijn werkzaamheden.
Tijdens de zitting op 12 september 2019 werd getracht dat verzoeker zijn werkspullen die middag zou ophalen in aanwezigheid van de casemanager en politie. Hoewel een groot deel van de spullen werd opgehaald, ontbraken nog enkele gereedschappen. De rechtbank oordeelde echter dat het spoedeisend belang ontbrak om de spullen eerder dan de geplande afspraak op 16 september op te halen.
De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van de burgemeester om het huisverbod op te leggen, verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde verweerder niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.