ECLI:NL:RBROT:2019:10851
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen oplegging en verlenging van tijdelijk huisverbod ongegrond verklaard
Eiser, die samenwoonde met zijn vriendin en twee minderjarige kinderen, kreeg op 27 januari 2019 een tijdelijk huisverbod opgelegd door de burgemeester van de gemeente Goeree-Overflakkee na een incident waarbij sprake was van spanningen, ruzies en geweld binnen het huishouden. Het huisverbod werd vervolgens verlengd tot 24 februari 2019. Eiser voerde aan dat het huisverbod onterecht was opgelegd omdat hij niet schuldig was aan huiselijk geweld en dat zijn vriendin het incident in scène had gezet.
De rechtbank oordeelde dat eiser een rechtens te beschermen belang had bij zijn beroep, mede vanwege de stigmatiserende werking van het huisverbod in de kleine gemeente waar hij leeft. De burgemeester had op basis van risico-taxatie instrumenten en een rapport van de situatie ter plaatse vastgesteld dat er een dringende behoefte was aan een afkoelingsperiode om escalatie te voorkomen. Zowel eiser als zijn vriendin erkenden spanningen en geweld binnen de relatie, waarbij ook de kinderen betrokken waren.
De rechtbank benadrukte dat het huisverbod een bestuurlijke maatregel is die ook kan worden ingezet zonder dat strafbare feiten bewezen hoeven te zijn, met als doel escalatie te voorkomen en hulp te bieden. Omdat niet duidelijk was van wie het gevaar uitging en de vriendin de hoofdverzorgster van de kinderen was, was het opleggen van het huisverbod aan eiser redelijk. Ook de verlenging van het huisverbod werd gerechtvaardigd omdat er nog geen partnergesprek had plaatsgevonden en de belangen van de kinderen en veiligheid zwaarder wogen.
De beroepen van eiser tegen het huisverbod en de verlenging daarvan werden daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de oplegging en verlenging van het huisverbod worden ongegrond verklaard.