Op 21 november 2018 werd verdachte betrapt op het bezit van een pistool van het merk Beretta en een geluiddemper in Dordrecht. De rechtbank Rotterdam heeft het ten laste gelegde bewezen verklaard voor dit vuurwapen en de geluiddemper, terwijl het bezit van een tweede vuurwapen van het merk Steyr en munitie niet bewezen kon worden en verdachte daarvoor partieel werd vrijgesproken.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens een onrechtmatige doorzoeking van de woning van verdachte, waarbij ook schade was toegebracht en verdachte met geweld was aangehouden. De rechtbank verwierp dit verweer, oordeelde dat de rechter-commissaris terecht toestemming had gegeven voor de doorzoeking en dat er geen sprake was van een ernstig vormverzuim.
De rechtbank achtte het bezit van het vuurwapen en de geluiddemper ernstig vanwege het gevaar voor de samenleving en het heimelijk gebruik dat met een demper wordt gesuggereerd. Verdachte had geen strafblad voor soortgelijke feiten, maar bleef banden onderhouden met een motorclub die verdacht wordt van ernstige strafbare feiten, wat meewoog in de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht werd op de straf in mindering gebracht.