Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het tenlastegelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
De verklaringen van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) kunnen niet bijdragen tot enig bewijs, omdat die onbetrouwbaar zijn. Mede daardoor is er onvoldoende bewijs in het strafdossier aanwezig dat het de verdachte is geweest die [naam slachtoffer] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen voor prostitutie.
Uit tapgesprekken tussen [naam slachtoffer] en een persoon genaamd [naam 3] op 11 juni 2013 en tussen [naam slachtoffer] en een persoon genaamd [naam 4] op 13 juni 2013 kan worden afgeleid dat [naam slachtoffer] in de tenlastegelegde periode daadwerkelijk in de prostitutie werkte of had gewerkt (pagina 64 respectievelijk 65 en 66 van het strafdossier).
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
Er is in dit geval echter sprake van een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen;
87 (zevenentachtig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
200 (tweehonderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
100 dagen.