Uitspraak
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding van 16 april 2018 met producties
- de conclusie van antwoord
- het proces-verbaal van comparitie van 6 december 2018.
Rechtbank Rotterdam
Op 14 juni 2013 werd eiser door gedaagde in de rug geschoten terwijl zij samen in een auto zaten, wat leidde tot een incomplete dwarslaesie bij eiser. In een eerdere strafzaak werd bewezen verklaard dat gedaagde het wapen onvoorzichtig gebruikte, en dat eiser als leverancier van het wapen mede verantwoordelijk was.
Eiser vorderde vergoeding van de schade die hij heeft geleden en nog zal lijden. Gedaagde erkende aansprakelijkheid maar stelde dat de schadevergoedingsplicht verminderd moest worden wegens eigen schuld van eiser en verzocht om matiging van de schadevergoeding vanwege zijn beperkte draagkracht.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich bewust en onzorgvuldig in een gevaarlijke situatie bevond, waardoor eigen schuld voor 40% werd vastgesteld. Gedaagde werd aansprakelijk gesteld voor 60% van de schade. Het beroep op matiging werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. Een voorschot op materiële schade werd toegewezen, terwijl de rest van de schadevergoeding wordt vastgesteld in een schadestaatprocedure.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor 60% van de schade van eiser door het schietincident en moet een voorschot op materiële schade betalen, verdere schadevaststelling volgt via schadestaatprocedure.