Op 25 februari 2018 vond in een partycentrum een incident plaats waarbij twee portiers een bezoeker uitzetten vanwege een opstootje. De verdachte was een van de portiers die de bezoeker beetpakte, duwde en laag vasthield, handelingen die de rechtbank als proportioneel en binnen de grenzen van redelijkheid beoordeelde.
De collega van de verdachte gaf de bezoeker een vuistslag in het gezicht, wat buiten de redelijke grenzen viel en onnodig geweld was. De verdachte zag deze vuistslag niet en kon zich er niet van distantiëren; bovendien was het niet voorzienbaar of te voorkomen door hem.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte geen opzet had op het grensoverschrijdende geweld en sprak hem vrij van openlijk geweld. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens de vrijspraak. De collega van de verdachte werd wel veroordeeld voor openlijk geweld en kreeg een taakstraf opgelegd.