Op 17 november 2018 heeft de verdachte ingebroken in een woning te Oud-Beijerland door een raam in te slaan en sieraden en munten te stelen. De verdachte bekende de inbraak alleen te hebben gepleegd, maar de rechtbank acht medeplegen bewezen vanwege een schoenspoor in de woning dat niet van de verdachte was en het feit dat slechts een deel van de buit bij hem werd aangetroffen.
De verdachte werd direct na de inbraak aangehouden in de tuin, waardoor het onwaarschijnlijk is dat hij de rest van de buit heeft kunnen verbergen. De rechtbank concludeert dat de inbraak door de verdachte samen met ten minste één ander is gepleegd. De verdachte heeft een strafblad in meerdere landen voor diefstal, wat meeweegt in de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De vordering van de benadeelde partij tot immateriële schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. De verdachte wordt vrijgesproken van andere ten laste gelegde feiten die niet bewezen zijn.