Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 4 januari 2019, met producties 1 tot en met 26;
- de aanvullende producties 27 tot en met 34;
- de conclusie van antwoord van Lidl NL, met producties 1 tot en met 26;
- de incidentele conclusie houdende beroep op onbevoegdheid, tevens voorwaardelijke conclusie van antwoord, van Lidl Stiftung en Schwarz;
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van Grolsch;
- de mondelinge behandeling op 14 februari 2019;
- de pleitnota van Grolsch;
- de powerpointsheets van Lidl.
3. Het geschil
4. De beoordeling
In het incident
consument. Ook de op social media geplaatste berichten zijn daarvoor niet voldoende. Niet kan worden vastgesteld wie deze berichten heeft geplaatst, en niet kan worden uitgesloten dat deze berichten zijn geplaatst naar aanleiding van in de media verschenen berichten. Nu Grolsch dat niet heeft gedaan, kan voorshands niet worden aangenomen dat, ondanks de geringe mate van overeenstemming, door het betrokken publiek een verband wordt gelegd.