Uitspraak
echtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om ING te bevelen in te stemmen met een door hen aangeboden schuldregeling. ING is de enige concurrente schuldeiser met een vordering van € 84.059,29 en weigert mee te werken aan het akkoord dat een betaling van 42,305% inhoudt.
ING stelt dat de wettelijke regeling van het dwangakkoord niet bedoeld is voor situaties waarin één schuldeiser de totale schuldenlast vertegenwoordigt. Daarnaast is er een koopwoning met een hypothecaire lening van € 169.000 en een WOZ-waarde van € 142.000 (2017), waarbij ING verwacht dat de woning momenteel meer waard is. ING vindt dat verzoekers geen problematische schuldensituatie hebben en dat eerst een betalingsregeling na taxatie van de woning moet worden getroffen.
De rechtbank overweegt dat het iedere schuldeiser vrij staat 100% van zijn vordering te verlangen. Omdat ING de totale schuldenlast vertegenwoordigt, is haar weigering om in te stemmen met de schuldregeling redelijk. Verzoekers hebben niet aangetoond dat de woning is getaxeerd of dat verkoop is onderzocht. De rechtbank benadrukt dat de wettelijke schuldsaneringsregeling betere waarborgen biedt voor ING dan het minnelijk traject.
Daarom weegt het belang van ING zwaarder dan dat van verzoekers en wordt het verzoek om ING te bevelen in te stemmen met de schuldregeling afgewezen. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek om ING te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt afgewezen.