ECLI:NL:RBROT:2019:1635
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens verzwegen alcoholverslaving
De rechtbank Rotterdam heeft op 14 februari 2019 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die bij toelating zijn alcoholverslaving niet had gemeld. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht om beëindiging van de regeling, omdat schuldenaar reeds vóór toelating kampte met een niet onder controle zijnde alcoholverslaving.
Tijdens de zitting heeft schuldenaar, bijgestaan door zijn advocaat en beschermingsbewindvoerder, ontkend dat er sprake was van een verslaving bij toelating. Hij gaf aan dat zijn alcoholgebruik pas na toelating was toegenomen en dat zijn arbeidsongeschiktheid vooral door andere gezondheidsklachten werd veroorzaakt. Diverse medische rapporten en verklaringen van betrokkenen toonden echter aan dat de verslaving al bestond en niet onder controle was.
De rechtbank overwoog dat de toelatingsvoorwaarden van de schuldsaneringsregeling vereisen dat een verslaving onder controle moet zijn, doorgaans gedurende een jaar, en bevestigd door een hulpverlener. Omdat schuldenaar dit niet had gemeld en er voldoende bewijs was dat de verslaving bestond en onbehandeld was, zou hij waarschijnlijk niet zijn toegelaten als dit bekend was geweest.
Daarom werd de regeling op grond van artikel 350 lid 3 sub f Faillissementswet Pro tussentijds beëindigd. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld, waarbij werd opgemerkt dat er geen baten zijn om vorderingen te voldoen en dat er geen sprake is van een faillissement van rechtswege na kracht van gewijsde.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd wegens verzwegen alcoholverslaving bij toelating.