Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde, evenwel met vrijspraak van het onder 1 en 3 tenlastegelegde vervaardigen en/of bewerken van shells;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 183 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 180 voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte geen enkel vuurwerk (ook geen legaal vuurwerk) voorhanden heeft of afsteekt,
- alsmede veroordeling tot een taakstraf van 240 uren , te vervangen door 120 dagen hechtenis.
4.Waardering van het bewijs
eencakebox, in elk geval vuurwerk, buiten een daartoe bestemde inrichting heeft vervaardigd en/of heeft bewerkt;
5.Strafbaarheid feiten
Feit 1 en 3 (opslaan en vervaardigen of bewerken van vuurwerk buiten een daarvoor bestemde inrichting)
1.en 3.
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
Artikel 46, tweede lid Sr bepaalt dat het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld bij voorbereiding met de helft wordt verminderd.
(MvT strafbaarstelling voorbereidingshandeling TK 1990-1991, 22 268, nr. 3, p. 3)
De Wet milieubeheer is wel een wet in formele zin. Op grond van artikel 9.2.2.1 van deze wet kunnen bij AMvB regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van handelingen met stoffen etc., als het vermoeden is gerezen dat daardoor ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of voor het milieu ontstaan. Daarmee kunnen concrete gedragingen in de vorm van concrete krenkingsdelicten strafbaar worden gesteld zoals dat gebeurd is in het eerste tot en met het vierde lid van artikel 1.2.2. Vuurwerkbesluit.
Zulks klemt te meer nu, zou deze wijze van strafbaarstelling wel toelaatbaar worden geacht, voormelde voorbereidingshandelingen – wederom in strijd met de wetgevingssystematiek – een overtreding, derhalve geen misdrijf, opleveren voor zover zij niet opzettelijk zijn begaan, terwijl voorts voor deze (al dan niet opzettelijk gepleegde) voorbereidingshandelingen hetzelfde strafmaximum zou gelden als voor de desbetreffende voltooide strafbare feiten.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderd tachtig) dagen;
176 (honderdzesenzeventig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
240 (tweehonderd en veertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
120 (honderd en twintig) dagen;