Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. M. Fiegeen
mr. E.A. Vroom, rechters in de wrakingkamer van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft verzoeker op 14 januari 2019 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.J.J. Wetzels, mr. M. Fiege en mr. E.A. Vroom, rechters in de wrakingkamer van de rechtbank Rotterdam. Dit verzoek volgde op een eerdere wrakingsprocedure waarin op 7 januari 2019 een eindbeslissing was genomen. Omdat de rechters de zaak reeds hadden afgesloten, was het wrakingsverzoek niet ontvankelijk.
Daarnaast had de rechtbank op 26 november 2018 al bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in dezelfde procedure niet in behandeling zou worden genomen vanwege misbruik van recht. Dit versterkte de niet-ontvankelijkheid van het huidige verzoek.
De rechtbank baseerde haar oordeel op artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam. De wraking is bedoeld om onpartijdigheid van rechters te waarborgen, maar dit doel vervalt zodra een einduitspraak is gedaan. Het verzoek werd daarom afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en misbruik.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters, waarbij de voorzitter afwezig was en de beslissing door mr. M.G.L. de Vette werd uitgesproken tijdens een openbare zitting op 18 januari 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en misbruik van recht.