ECLI:NL:RBROT:2019:1769
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.A. Kalk
- J.J. van den Berg
- M. de Geus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na einduitspraak
Op 11 januari 2019 heeft de rechter een eindbeslissing gegeven in een procedure tussen verzoeker en een naamloze vennootschap. Op 17 januari 2019 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de zaak behandelde. De rechtbank overwoog dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen zolang deze de zaak nog behandelt.
Omdat de rechter op het moment van het wrakingsverzoek de zaak reeds had afgerond met een einduitspraak, kon het doel van wraking niet meer worden bereikt. Daarom werd het wrakingsverzoek als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld en afgewezen.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij de uitspraak in afwezigheid van de voorzitter en oudste rechter door één rechter is uitgesproken. Het verzoek werd afgewezen met toepassing van het wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de einduitspraak is ingediend.