ECLI:NL:RBROT:2019:1835
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- A.I. van Strien
- M. de Rooij
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring huisvestingsverordening Rotterdam wegens strijd met Huisvestingswet 2014
Eiseres diende aanvragen in voor vergunningen voor woningvorming in twee panden in Rotterdam, welke door verweerder werden afgewezen op grond van de Huisvestingsverordening 2017. Verweerder stelde dat er sprake was van een overschot aan kleine woningen en een tekort aan grote woningen, waardoor de vergunningen geweigerd moesten worden.
Eiseres voerde aan dat de Huisvestingsverordening 2017 onverbindend is omdat verweerder niet heeft aangetoond dat er schaarste aan goedkope woonruimte bestaat, zoals vereist in artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad niet bevoegd was de verordening vast te stellen zonder deze onderbouwing, met uitzondering van urgentieverlening.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende bewijs leverde van schaarste aan goedkope woonruimte en dat de Huisvestingsverordening 2017 daarom buiten toepassing blijft. De bestreden besluiten tot weigering van de vergunningen werden vernietigd en de primaire besluiten herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De vergunningweigeringen voor woningvorming worden vernietigd en de Huisvestingsverordening 2017 wordt onverbindend verklaard wegens strijd met de Huisvestingswet 2014.