ECLI:NL:RBROT:2019:2041
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding wegens niet doorgaan dienstverband in kader Participatiewet
Eiser ontving een bijstandsuitkering en sloot een arbeidsovereenkomst met de Rabobank, die door het uitblijven van een opleidingsklas werd uitgesteld en uiteindelijk niet doorging. De Rabobank betaalde uit coulance een vergoeding ter hoogte van twee bruto maandsalarissen. Verweerder herzag het recht op bijstand en verrekende deze vergoeding als inkomen.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat de vergoeding geen misgelopen inkomsten betrof omdat deze uit coulance was betaald. Verweerder handhaafde het standpunt dat de vergoeding een loondervend karakter heeft en dus als inkomen moet worden beschouwd. De rechtbank toetste dit aan artikel 31 van Pro de Participatiewet en vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding inderdaad als middel moet worden gerekend omdat deze verband houdt met het niet voortzetten van het dienstverband en vrij besteedbaar was. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de vergoeding wordt als middel in de Participatiewet aangemerkt.