De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van een ISD-maatregel opgelegd aan een ongewenst vreemdeling zonder vaste verblijfplaats. De maatregel was opgelegd voor twee jaar en ingegaan op 7 juni 2018. De veroordeelde verzocht om beëindiging van de maatregel, stellende dat deze onwettelijk is en niet bijdraagt aan terugkeer naar het land van herkomst.
De rechtbank nam kennis van rapportages waaruit bleek dat de Algerijnse autoriteiten de identiteit van de veroordeelde niet erkennen, waardoor terugkeer niet mogelijk is. Ondanks motivatiegesprekken en medische zorg binnen de inrichting, blijft de veroordeelde vasthouden aan zijn opgegeven personalia en weigert hij medewerking aan het achterhalen van zijn ware identiteit. De kans op recidive is hoog bij beëindiging van de maatregel.
De rechtbank overwoog dat de ISD-maatregel, ondanks kritiek op de duur en de toepassing in vreemdelingenzaken, gerechtvaardigd blijft gezien de veiligheid en terugkeermogelijkheden. De Hoge Raad had eerder het cassatieberoep van de veroordeelde verworpen. De rechtbank wees het verzoek tot beëindiging af en besloot de maatregel voort te zetten.