Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
primair:
subsidiair:
meer subsidiair:
zowel primair, subsidiair en meer subsidiair
4.De beoordeling
Dit betekent niet dat deze derde in een betwistingsprocedure de bewijslast heeft.
De bewijslast berust bij de beslaglegger waar deze aanvoert dat - in weerwil van de verklaring - de derde wel degelijk een vordering heeft op de schuldenaar. Wel rust krachtens HR 13 februari 2009, NJ 2009/106 (Bos/Ontvanger) op deze derde - bij betwisting door de derde - een verzwaarde motiveringsplicht.
Een in rechte (alsnog) afgelegde verklaring die niet voldoet aan de eisen als bedoeld in de artikelen 476a lid 2 Rv en 476b Rv kan in haar gevolgen gelijk worden gesteld aan het geval dat in het geheel geen verklaring is afgelegd (ECLI:NL:RBGEL:2017:1271 en ECLI:NL:RBMNE:2017:1784).
De bewijslast ter zake van het bestaan van de vordering op de derde-beslagene en de omvang daarvan berust op de Gemeente. Daar staat evenwel tegenover dat de derde-beslagene gehouden is haar verklaring zoveel mogelijk te staven met gegevens en bescheiden en dat op haar – bij betwisting van haar verklaring – een verzwaarde motiveringsplicht rust.
De derde-beslagene dient in de gelegenheid te worden gesteld haar verklaring te wijzigen of aan te vullen. Een gebrekkige verklaring kan in haar gevolgen worden gelijkgesteld met het geval dat in het geheel geen verklaring is afgelegd. Of dit zo is hangt af van alle omstandigheden van het geval. Bezien in dat licht heeft het volgende te gelden.
7.747,50(2,5 punt × tarief € 3.099,00)