Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[eiser 1] ,
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
[gedaagde 3] ,
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser ontruiming van het gehuurde omdat de bewoning in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. De gemeente had een last onder dwangsom opgelegd wegens illegale bewoning van meerdere kamers aan verschillende huurders die geen gezamenlijk huishouden voeren.
Eiser stelt dat de huurovereenkomsten op grond van artikel 7:274 lid 1 sub e BW Pro ontbonden moeten worden en voert daarnaast redelijkheid en billijkheid en onvoorziene omstandigheden aan. De huurders betwisten de vordering, wijzen op het ontbreken van spoedeisend belang en stellen dat het bestemmingsplan het begrip 'wonen' niet definieert, zodat geen strijd met het bestemmingsplan bestaat.
De kantonrechter beoordeelt dat een kort geding zich niet leent voor een definitieve toetsing van het bestemmingsplan en dat eiser zelf de situatie heeft gecreëerd door het pand te verhuren aan meerdere individuele huurders. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de huurders, die anders dakloos worden, zwaarder weegt dan het financiële belang van eiser.
De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen. Ook de vorderingen in reconventie worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de huurders.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de huurders.