De verdachte rechtspersoon, een bedrijf dat afvalstoffen inzamelt en verwerkt, heeft in de periode van 9 januari 2015 tot en met 22 februari 2015 te Rotterdam valselijk S-formulieren opgemaakt. Op deze formulieren werden onjuiste UN-codes en verpakkingsgroepen vermeld, in strijd met het ADN en de instructies van de Havendienst Rotterdam.
De verdediging voerde aan dat de stoffen in de tanks vermengd waren en dat de schippers verantwoordelijk waren voor de juiste classificatie. Dit verweer werd verworpen omdat de schippers in dienst waren van de verdachte en hun handelen aan de rechtspersoon kon worden toegerekend. Bovendien was de instructie van de verdachte onjuist en was de schipper hiervan op de hoogte.
De rechtbank oordeelde dat de valsheid in geschrifte bewezen was en dat de verdachte rechtspersoon strafbaar was. Het beroep op rechtsdwaling faalde omdat onbekendheid met regelgeving geen verontschuldigbare dwaling oplevert. Gezien de ernst van de feiten en eerdere milieudelicten werd een geldboete van €30.000 opgelegd.