ECLI:NL:RBROT:2019:2508
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensensmokkel wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
De rechtbank Rotterdam heeft op 8 maart 2019 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte van mensensmokkel. De verdachte werd ervan beschuldigd betrokken te zijn geweest bij het vervoeren van personen met de Iraanse nationaliteit in een bestelbus naar Groot-Brittannië, waarbij hij zou hebben gefaciliteerd in de doorreis en het verblijf in Nederland en Groot-Brittannië.
Tijdens de terechtzitting heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd. De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld en geoordeeld dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen. Daarom is de verdachte zonder nadere motivering vrijgesproken.
De tenlastelegging betrof het in of omstreeks de periode van 11 tot 12 november 2017 te Hoek van Holland en/of elders in Nederland, al dan niet samen met anderen, behulpzaam zijn geweest bij het verschaffen van toegang, doorreis en verblijf aan personen van buitenlandse afkomst, terwijl de verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dit wederrechtelijk was.
Het vonnis is gewezen door de voorzitter J.H. Janssen en rechters B.A. Cnossen en J.M.L. van Mulbregt en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van mensensmokkel.